- krediet
- {{krediet}}{{/term}}1 [vertrouwen in het betaalvermogen] credit ⇒ trust2 [uitstel van betaling] credit3 [vertrouwen dat iemand inboezemt] credit ⇒ respect4 [het verstrekken van kapitaal] credit ⇒ 〈het verstrekte kapitaal〉 loan♦voorbeelden:1 onbepaald krediet • unlimited creditveel krediet hebben • enjoy great trust2 aflopend/doorlopend krediet • limited/revolving creditiemand (geen) krediet geven • give someone (no) creditgoederen op krediet • goods on credit3 die politicus heeft veel krediet bij zijn achterban • that politician has a high standing with his supporters4 kort/lang krediet • short-/long-term creditkrediet geven • give credit/a loan
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.